Hoofdstuk 5: Onverwachte logé

De wekker piept me wakker.
Het is nog vroeg, vroeger dan gewoonlijk. Te vroeg.
Maar bewust: ik wou vóór broer en ma weg zijn. Ik heb geen zin in gezaag.
M’n slaapshort hou ik aan, de training is nog proper genoeg. Een willekeurig t-shirt…
Ik sluip naar beneden naar de keuken. Ik maak twee boterhammen klaar. De eerste heb ik gauw op, de tweede prop ik ongeduldig in m’n mond terwijl ik een koffiefilter en koffie uit de kast neem. Ik maak het koffiezetapparaat klaar, kan ma straks gewoon het knopje induwen.
Ik sluip naar buiten. Ik blijf aan de voordeur staan. Mijn keel bonkt. Nog even achter het tuinhuis of al fietsen? Ik moet rustig worden, of de rest van de dag is één en al zenuwen en onhandigheid. Ik zet m’n fiets aan de kant en ga toch nog even aan de achterkant van het tuinhuis kijken. Ik zie Garfje zitten. Heee, gekke poes. Waar heb jij gezeten? Ik neem hem in mijn armen. Meteen dat motortje, en een maauw met dichtgeknepen oogjes.
Wat een schatje. We blijven wat staan. Het stille ritmische geronk doet me in gedachten wegglijden. Ik sluit mijn ogen en wieg zacht met Garfje tegen me aan. Hij duwt één poot tegen mijn wang en strekt zich gespannen. Ik laat hem doen. Hij weet dat het mag. Ik zie Bas voor me. Ik voel zijn lippen weer, zijn handen, zijn duwende paal. Mmmmm. Garfje haalt me snel uit gedachten. Hij draait en friemelt zich in een wat betere houding. Ik kijk hem aan. Ik glimlach. Onaangekondigd loopt een enkele traan over m’n wang.
“Tijd om te vertrekken, lieveling van me”, fluister ik. Ik zet Garfje op de grond, hij wrijft ‘dag’ langs m’n been, gaat zitten, z’n staart krult van blijschap heen en weer, hij kraait nog stil een lange maauw. Lieve poes.
Ik stap op m’n fiets en ga langzaam richting Bas en Gerda.
Ik denk aan gisteravond. Wat bedoelde Gerda met m’n ma bellen? Waarom was Bas stilletjes weggeglipt? Had Gerda onze omhelzing gezien? Vragen. Geen antwoorden. De onzekerheid knaagt. Wat zal de dag brengen? De dag moet nog beginnen. Ik ben veel te vroeg opgestaan, maar het eerste doel van de dag is al geslaagd: Opstaan en vertrekken vóór broer en ma.

Ik kom logischerwijs ook veel te vroeg aan bij Bas en Gerda. Ik stap af bij de loods. Ik blijf buiten staan en neem de stilte rondom me in me op. Het huis slaapt. Dat zou niet lang meer duren. Kenny zal wel weer kattekwaad uithalen. Lisa had gisteren geen kans om rond me te hangen, aangezien ik bij Bas op het land was.
Het land. Ik kijk om naar de stal. Ik spring op m’n fiets en rij naar de stal. Ik ben toch veel te vroeg, ik kan wel nog even ongemerkt daarheen.
Ik zet m’n fiets tegen de zijkant van de stal. Aan de achterkant ga ik in het gras zitten, m’n rug tegen de wand van de stal. Mijn blik dwaalt over de horizon. In de verte snijdt een trein door het landschap. Bijna geruisloos.
Wat gaat Bas vandaag doen? Ik wil hem spreken. Vragen wat hij wil. Ik weet eigenlijk wel wat hij wil, dat heeft hij al laten merken. Ik genoot, hij genoot, wij genoten. Moet ik wel wat vragen? Het voelde goed wat we deden, vind ik. Hij wou nog, ik wou ook. Wat moet ik dan eigenlijk nog vragen?

Ik was ben gedachten verzonken, half onderuitgezakt. Een hand op mijn schouder.
Geschrokken schop ik mijn voeten omhoog en sla met één wild rond. Shit, wat was dat?!
De hand houdt me tegen. Ik kijk in twee ondeugende kwajongensogen. Bas.
Bas?
Hij lacht. Hij geeft me een kus. Zijn lippen voelen fris aan. Nog een kus. Ik leg mijn arm rond zijn nek en hou hem vast. Ik duw mijn tong tussen zijn lippen en trek Bas naar beneden. Hij houdt me nog even tegen, maar geeft toch snel toe. Voor we het goed door hebben, rollen we in het gras in elkaars armen, omhelzend, elkaar vasthoudend, kussend, onze tong met elkaar dansend en spelend en proevend en smakend naar meer, nog meer, veel meer, heel veel meer…

We blijven naast elkaar in het gras liggen, op onze rug, naar de hemel kijkend.
“Bas”, fluister ik… “Zag Gerda ons gisteravond? Hoe reageert ze?”
Hij kruipt recht en komt op handen en knieën boven me hangen. Gij lacht. Breed. Heppie. Ik kijk vragend. Bas doet geen aanstalten om wat te zeggen. Hij gaat rechtop over m’n benen zitten. Mmmm. Zal hij weer zijn paal tonen? Hij kriebelt me in mijn zij. Daar ben ik supergevoelig. Geen tel later kronkel ik alle kanten op. We gieren van het lachen. Ik zie kans om Bas vast te grijpen zodat het kriebelen stopt. Ik hijg nog wat na. “Bas… Ik wil het weten, wat weet Gerda? Wat heeft ze mijn ma verteld?”
“Kom, we gaan naar huis, Gerda wacht op ons”.
“Bas!?”
Hij neemt me bij mijn arm, ik kan nog net mijn fiets grijpen. Ik begrijp het niet goed, ik voel me wat nerveus. We wandelen langs de landsweg naar het huis. Mijn fiets links van ons, Bas heeft zijn arm om mijn middel gelegd. Nogal laag op mijn rug, bijna op mijn kont. Mmmm. Wat voelde dat heerlijk.

Gerda zwaait door het keukenraam, ze houdt de zijdeur open. Bas gaat binnen en glipt weg. Gerda wenkt me. “Kom Dennis, schuif mee aan tafel, drink je koffie?”
“Eh nee, dat vind ik naar niets smaken, dank je, ik wacht wel even”.
Bas staat terug in de gang, achter Gerda. “Kom nu maar binnen Dennis, het is in orde”.
Ik kijk hen vragend aan. Wat is hier aan de hand?

Ik ga wat onwennig aan de keukentafel zitten. De fax zoemt, Bas leunt met een kop koffie in z’n hand tegen het aanrecht. Gerda is in de weer met vanalles: Kopjes, borden, een papieren broodzak.
Kenny zit te smekken en kijkt breed lachend naar me. Raar kereltje…
Lisa gaat zenuwachtig van links naar rechts op haar stoel.

Ik kijk ongemakkelijk. “Gerda… Bas… Wat is de bedoeling?”
Kenny en Lisa worden naar de loods gestuurd. De stilte valt en weegt ongemakkelijk.

“Dennis… Ik zag je gisteren met Bas. Wees niet bang, maar wees voorzichtig met Bas, hij is een gevoelige jongen. Hij is gek op je. Ik geloof dat jij hem ook wel leuk vindt, he”.
Mijn mond valt open. Ik staar naar Bas. Gerda biedt me een glas fruitsap aan. Ik drink het in één keer langzaam leeg.
Bas glimlacht. Hij knipoogt naar me.
“Ik heb je ma gisteravond niet meer aan de telefoon gehad. Was ze weg, of moet ze vroeg gaan slapen?”
“eh… ik geloof dat ze nog niet thuis was. Ze gaat op dinsdagavond naar de boetseerclub en blijft wel eens langer na.”.
“Ha goed. Ik wou alleen maar laten weten dat je nog even bij ons was, dat ze zich niet moest ongerust maken, maar goed, als ze zelf niet thuis is, moet ze haar zoon niet lopen controleren”.

Ik dacht dat ik droomde. Ik kijk onzeker rond. Bas komt achter me staan, met z’n benen duwt hij tegen de leuning van de stoel. Hij legt zijn handen op mijn schouders, hij bukt voorover, zijn handen zakken over mijn borst. Hij kust me op mijn hoofd en fluistert dat ik me geen zorgen mag maken.
Ik glimlach. Ik kom langzaam terug in de realiteit. Dit is geen droom. Gerda heeft ons samengebracht en haar goedkeuring gegeven.
Ik grijp Bas zijn armen vast en geniet in stilte van zijn aanwezigheid en zijn aanrakingen.
Gerda lacht. Een ietwat spottend lachje. “Kom op jongens, je kunt gerust rechtstaan en elkaar zo vastpakken, die stoel hoeft er niet tussen te hangen, hoor. Ik maak de rugzakken met middageten klaar, jullie gaan terug op het land vandaag”.
Ik spring recht en vlieg rond Bas. Ik hoor Gerda een tevreden schouderklopje op Bas z’n schouder geven. Bas grijpt me nog steviger vast. Ik heb Bas vast en wil hem nooit meer kwijt. Nooit meer.

Het werk gaat als niets vooruit. De doeken waren al klaar sinds gisteren, we zijn nu de bloempotten aan het verdelen.
Gerda rijdt heen en terug, Kenny en Lisa vullen op de één of andere manier de bloempotten die wij op de doeken op regelmatige afstand van mekaar moeten uitzetten.
De pauzes duuren opvallend langer. We lachen. We maken plezier. We knuffelen, we liggen in elkaars armen met een grassprietje tussen de tanden. Mijmeren. Zwijgend vertellen.

Tegen de avond heeft Gerda nog meer in petto. Ze heeft m’n ma gebeld. Er is te veel werk en ik zal vanavond moeten mee doorwerken. Het zal laat worden. Maar ma moet zich geen zorgen maken, ik mag mee-eten en ga morgenochtend een flink ontbijt voorgeschoteld krijgen.
Ik kijk vragend naar Gerda. “Ontbijt? Dat keurt mijn ma vast en zeker af!”
Bas staat naast me, hij grijpt me bij m’n schouder vast. “Ja, ontbijt. We moeten vanavond helemaal niet overwerken, jij blijft eten, en na het eten hangen we wat op de bank. Je kunt blijven tot morgenochtend. Samen ontbijten. Ik maak je een eitje, als je dat lust”.
Een soort zachte opwinding maakt zich meester van me. Ik verkramp. Een traan rolt over m’n wang. Bas grijpt me vast, ik duw me in zijn omhelzing. Zacht huil ik, hij voelt m’n hele lijf snikken.
“Ja” fluister ik, “ik lust wel een eitje. Graag Bas. Heel graag”. Ik grijp Bas nog steviger vast en huil zacht.
“Stil maar mijn jongen, stil maar” fluister Bas me toe.

Bij het avondeten is het vrij stil aan tafel. Lisa verkeert in opperbeste stemming. Zou die iets weten? Welnee… Die denkt wellicht dat ik voor haar blijf. Haha, ze moest eens weten… Kenny is rustig, abnormaal rustig als je aan zijn woede-aanvallen overdag denkt. Uitgeraasd? Of was het allemaal maar een show?
Bas glundert zwijgend.
Gerda blijft maar goochelen met borden, bestek en potten en pannen. Pasta met tomatensaus. Tomaat. In gedachten vroeg ik me af hoeveel keer Gerda iets met tomaten klaar maakt. In haar kookpotten roerend, uitkijkend op serres waar de tomaten groeien en rijpen.

“Ik help met afruimen”, sprong ik recht.
Nee, dat mag niet.
“Afwas dan!”
Nee, dat mag ook niet. Ik ben Bas z’n gast. Bas wenkt me. In de gang trekt hij me dicht tegen zich aan. Een kus, een omhelzing, een diepe warme kus. Met zijn hand op mijn kont. Ik smelt weg. Hij trekt me mee naar buiten en loopt langs de oprit naar de straat. We steken over, in de verte staat de stal.
“Ik geloof dat we naar de stal gaan”, zei ik nonchalant. Bas neemt mijn hand vast. Hand in hand slenteren we verder. Bij de stal gaan we in het gras zitten, ons plekje van vanmiddag. Zwijgend ga ik op zijn schoot liggen. Hij aait me, overal, tot zover zijn lange armen kunnen. Hij masseert m’n kruis. Mijn paal is al hard, wordt nog harder.
“Bas, ik wil bij je zijn”.
“Hey gekkie, je bent toch bij me”.
“Ja Bas, ik ben bij je. Het voelt lekker. Ik wil je niet kwijt”.
Bas gniffelde. Hij knijpt in mijn paal. “Ik merk het dat je het lekker vindt”.
We lachen.
Hij buigt naar me toe en kust me. Een korte kus. Ik spring recht, duw hem op de grond en ga over hem op mijn knieën zitten. Ik ga over hem hangen en kus terug. Langer, dieper, intenser, liever, harder….
We spelen, traag en stil, wild en onstuimig. Gedreven door de spanning, gulzig, vol van goesting.

De koude heldere nacht maakt ons wakker. Ik voel Bas z’n witte goedje nog op me. Niets om het op te kuisen, al maakt dat deze keer niet uit.
Bas ligt tegen me, een gelukkige smile op z’n gezicht. Wat is hij mooi, bedenk ik me.
Hij kijkt met 1 oog, ja, hij is ook wakker.
We staan recht en kleden ons aan. Bas z’n goedje wrijf ik niet weg. Zo heb ik hem straks bij me, en voelt het logeerbed minder eenzaam. Tenminste, ik neem aan dat er een logeerbed is, en ik niet op de bank zou moeten blijven?
We slenteren naar het huis. We hangen met een arm rond elkaars middel. Bas zijn hand zit zowat helemaal in mijn shortje, zijn hand op mijn blote kont. Voel ik een vinger tasten? Ondeugend kijk ik hem aan. Ja. Hij tast. Het voelde leuk…

Bas heeft z’n eigen kamer. Maar geen logeerbed of luchtmatras. Bas legt het donsdeken open, met een armzwaai nodigt hij me uit om te gaan liggen.
Het lijkt grappig, snel heb ik mijn shirt en trainingsbroek uit. Mijn shortje hou ik aan. Ik zie Bas kijken. Hij komt bij me staan, ik voel zijn handen op m’n heup, spelend met de rand van het shortje. Hij fluistert zacht: “Wil je je shortje uit om te slapen? Of hou je het liever aan?”
Ik schoof het wat naar beneden, Bas deed de rest. Hij schuift de short langs mijn benen, ik voel zijn blik naar mijn paal staren. Hij is nog halfstijf. Met Bas zo op z’n knieën voor me duurt het niet lang. Mijn paal wijst keihard recht vooruit. Ik voel Bas zijn tong tikken tegen mijn eikel. Een rilling door mijn lijf. Bas draait zijn tong rond mijn eikel. Kringetjes. Ik sluit mijn ogen. Wat voel dat spannend… Bas neemt met zijn lippen mijn eikel vast. Hij speelt met zijn tong rond mijn eikel alsof het mijn tong is. Ik geniet, ik kreun zacht. Mmmm. Dat mag hij meer doen.
Hij grijpt met één hand de onderkant van mijn paal vast en begint te rukken, met mijn eikel goed nat en nog steeds in zijn mond.
Zijn andere hand lag op mijn kont, opvallend nieuwsgierig zoekend naar m’n bilnaad. Zou hij me willen neuken? Zo snel al?
Ik kan er niet echt blijven bij nadenken. Hij rukt verder, mijn eikel nog steeds in zijn mond. Ik zwijg. Ik geniet in stilte. Het zal niet lang duren.
Met een gesmoorde kreun span ik mijn lijf op. Ik hou het niet vol… Ik laat los, ik voel me stoten en lijk wel al mijn energie te verliezen.
Bas zit nog op zijn knieën. Hij masseert nog wat spelend mijn paal, die blijft halfstijf.
Hij kust me. Een vreemde smaak. Raar?
Ik kijk Bas aan. Hij glimlacht verlegen. Onwillekeurig kijk ik rond me, op de grond, het laken… “Bas, waar zijn de vlekjes?”
Bas duwt me achterover zodat ik op bed op mijn rug lig. Hij likt m’n paal, likt over mijn buik en langs m’n tepels via mijn hals tot op mijn lippen.
“Je bent ongelofelijk lekker, Dennis”.
Hij komt bij me liggen, met één arm over me, zijn andere hand heeft zijn eigen paal vast. Vrij snel beweegt zijn lijf ritmisch in stilte. Ik kijk naar Bas, zijn blote lijf, zijn mooie halfstijve paal. Ik denk terug aan de ontbrekende vlekjes daarnet. Hoe had hij dat gedaan?
Ik denk terug aan de voorbije dag en gisteren. Bas. Ik wil hem nooit meer kwijt. Ik ontspan helemaal en lig vrij snel halfslaperig weg te dromen. Over Bas. Over ons. Even geen ma of broer of Garfje of computers.
Ik draai me op mijn zij, mijn rug naar Bas. Ik voel dat hij zijn arm over me legt en me tegen hem aan trekt. Slaapt hij nog niet dan? Ik voel heel zijn lijf tegen me: zijn arm over me, zijn neus in m’n nek, z’n buik tegen mijn rug, zijn halfstijve paal duwt tegen mijn kont, tegen het plekje waar hij met zijn vingers naar zocht. Dat voelt leuk. Heerlijk. Ik kreun zacht, dit moeten we meer doen. Bas mag dat. Met een gelukkige glimlach val ik in slaap. In Bas zijn armen.

 
 
(c) Krabbat

Terug naar index | Terug naar hoofdstuk 4: De stal | Verder naar hoofdstuk 6: De brief

Scroll Up