De buurtwinkel

Het is middag. Ik zit in de keuken, zuchtend, licht hoofdschuddend.
“Hoe kan een mens nu zo leven”, denk ik bij mezelf.
Ik prik twee frieten op m’n vork en wrijf ze door de mayonaise. De vettige warme walm van de friet werkt desinfecterend. Nee, verhullend. Ja, verhullend is een beter woord. Niet dat het stinkt. Het is hier wel vuil, maar het stinkt niet. Dat het aangenaam moet zijn, kun je ook niet stellen.

Op het aanrecht staan drie hoge torens blikjes. Ze zullen niet vallen, de constructie wordt tegengehouden door een paar ingedeukte soortgenoten die schijnbaar willekeurig rond de onderkant van de torens zijn neergelegd.
In de afwasbak staat een stapel borden, het bestek is er niet van tussen gehaald. De bovenste borden steken boven het vieze water uit. Langs één kant ligt een smurrie, dof en grauw. Het water staat stil, donker en roerloos.

Ik zit aan een kleine tafel. De tafel heeft duidelijk betere tijden gekend. Op de metalen poten krioelen roestvlekken, het rode tafelblad met zwarte plastieken randen dateert uit de tijd dat zo’n stijl populair was. De pre-Ikea-stijl ofzo.
Het aanrecht staat achter me. Uit het zicht. Maar niet uit m’n gedachten. De illustratie van het verwaarloosde aanrecht is helder. Ongemakkelijk.

Naast me staat een oude éénzit-sofa. De hond ligt er in te maffen.
Het arme beest, denk ik. In zo’n onverzorgde en kleine ruimte je dagen slijten. Triest.

Xavier zit in het verste deel van de keuken, dat deel grenst aan de winkel en vanop zijn bureaustoel kijkt hij recht in de winkel. Zicht op de voordeur, op de kassa’s, op zo ongeveer heel de winkel.
De versleten accordeon-deur hangt half uit de rail en kan niet meer helemaal dicht. De klapdeurtjes verhinderen dat de hond onaangekondigd de winkel in rent. Veel klanten zijn bang en deinzen achteruit als de hond verschijnt. Het beest is de kalmte zelf. Maar ja, als je de hond niet kent, kun je ‘m beter niet vertrouwen.

De zoemer zoemt zacht.
Ik kijk op. Xavier springt vloekend recht. Hij wringt z’n zwaarlijvige lijf tussen de deurpost en de accordeondeur en mompelt furieus.
Ik zucht. Ik begrijp z’n frustratie. De winkel is vandaag dicht omdat er aan de elektrische installatie en het netwerk wordt gewerkt.
De deur is niet op slot, maar er hangt wel een A3-blad aan de deur. En de laatste twee weken was al aangekondigd dat het hier vandaag ging dicht zijn.

Ik ben de uitverkorene om de werken te mogen doen.
Met het beeld van het aanrecht achter me en de wansmakelijke sfeer die in dit kantoortje hangt, voel ik me er alles behalve gelukkig bij.
Maar het is werk, ik moet niet te veel klagen, maak ik mezelf wijs.
Ik prik nog in wat frieten.

Een opgewonden stem komt dichterbij, een meisjesstem praat er ongecontroleerd doorheen. Xavier werkt zich weer langs de accordeondeur. Xavier legt uit dat ik aan de installatie werk, en na m’n middagpauze verderwerk.

De opgewonden kerel steekt z’n hoofd door het deurgat en zegt me dag.
“Ha, Sharif” mompel ik met m’n mond halfvol friet. Ik heb al opnieuw friet op m’n vork geprikt en hou ‘m klaar om de frieten snel in m’n mond te kunnen steken. Ineens wil ik het pak erg snel op hebben.

In z’n typische opgewonden dwingende toon vraagt Sharif een telefoon-oplaad-kaart. Xavier spreidt z’n armen, “sorry man, de winkel is vandaag eigenlijk toe, kun je niet tot morgen wachten? Je wist toch dat de winkel zou dicht zijn?
“Ja man, kom op, doe niet moeilijk, één telefoonkaartje, eentje maar, dan kan Faizah weer bellen. Ze klaagt al de hele ochtend, komop man, één kaartje maar, of nee, twee, dan moet ik vanavond niet meer terugkomen want m’n meisje hier belt nogal wat rond. Twee kaartjes en dan zijn we weer weg”.

Xavier wankelt ongemakkelijk en wil liefst van al terug aan z’n PC zitten, achteroverleunend, pornofilmpje kijken, sigaretje roken, niets doen.
Sharif mompelt en jammert nog vanalles, maar Xavier lijkt niet te luisteren. Het liefje, Faizah ratelt wild, maar in een taal waar ik niets van begrijp. Sharif schakelt naar dezelfde onbegrijpbare taal over. Xavier kijkt me aan met een blik van “en nu?”.
Ik voel me al even ongemakkelijk. Ik wil m’n frieten haastig binnenwerken, de klus afronden en snel naar huis gaan. Met het vooruitzicht op nog 4 à 5 uur werk is dat “snel” niet realistisch. Ik zucht onopvallend. Was de dag maar al voorbij, was ik maar al weg uit deze vieze troep…

Xavier komt bij me staan. “Zeg Sam, kun je niet heel even Internet aansluiten? Dan doe ik die gast zijn twee telefoonkaarten en zijn we er van af.”
Ik kijk verbaasd op. “Jamaar, en mijn eten dan?” Ik prik enkele frieten maar steek ze nog niet in m’n mond. “Dat gaat niet zomaar, de router is nog niet aangesloten, de instellingen moeten er nog in gezet worden, ik ben er minstens een half uur mee bezig voor netwerk weer in de lucht is.”
Xavier gaat bij de accordeondeur staan en herhaalt m’n reactie bij Sharif.
Sharif steekt z’n hoofd terug door het deurgat. Hij kijkt naar me en roept “Man, komop, twee kaartjes maar, pleasssse”.

In m’n binnenste vond ik het grappig. De anders altijd opgewonden en onrustige opdringerige kerel moet nu eens wachten. En zie hem smeken… Straks betaalt hij me nog om het hier even snel te regelen, ik zie het in gedachten het al voor me…
Ik probeer niet te lachen. Het is tenslotte Xavier z’n klant en Xavier z’n winkel.
“Sharif, nee. Ik ben aan het eten, kom over een uur ofzo eens terug, als het echt zo dringend is”.
Z’n meisje wringt zich door het deurgat. Sharif wil haar tegenhouden. “Nee, Faizah, kom, blijf hier, rustig”.
Ze negeert Sharif, maar blijft wel dicht bij het deurgat staan. Ze weet dat er een hond zit.
“Hallo-oo. Luister eens jongeman, ik wil bellen en m’n belkrediet is op. Ik wil een telefoonkaart. Kun je dat Internet niet gauw eens aansluiten?”.

Ik kijk ietwat onverschillig.
De meid durft niet dichterbij komen, de hond heeft haar kop opgericht en kijkt strak richting het deurgat.
Faizah is een opvallende verschijning. Het haar zwart als kolen, strak achteruit gespannen in een dot. Een bleke huid, zoals middeleeuwse edellieden. Bleek van de overdreven hoeveelheid plamuur. Bolle wangen. Flinke boezem, het bloesje zit strak rond de rondingen. De knoopjes vertrekken aan haar hals – opvallend: zo’n boezem en alles tot in haar nek dichtgeknoopt. Een Westerse zou pronken met een diep uitgesneden décolleté… Faizah niet. Een serie kleine, extra-veel knoopjes. Ze doen alle moeite om de knoopsgaten niet los te laten. Tevergeefs denk ik, dat springt straks los, dat zie je toch zo? Zelfs ik zie dat…
Bovendien laat ook de veel te dunne stof van het bloesje niets aan de verbeelding over. Haar tepels zie je zo zitten. De jongedame is bijzonder goed voorzien.
De rest van haar garderobe is eenvoudig, en bestaat uit lange zwarte laarzen, en een zwart lederen rokje dat de contouren van de heupen extra benadrukt in plaats van te camoufleren.

Ik reageer niet meteen, ik denk aan m’n koud wordende friet en prik er ongeïnteresseerd in.

Ze draait zich naar Xavier. Ik zie haar aan de hals van haar blouse prutsen. “Toe Xavier, ik heb die kaarten nodig.”
Xavier grinnikt. Hij wijst naar mij. “Hem zul je toch anders moeten overtuigen hoor, hij is homo”.

Ik dacht even dat de grond onder m’n stoel weg was.
Wat zegt die nu…
Verschrikt stop ik de opgeprikte frieten in m’n mond, ik probeer verder te eten.
Ik hou m’n blik op m’n bakje friet gericht, maar het ontgaat me niet. De jonge dame staat weer naar mij gericht. Ze bekijkt me.
“Hij homo? Nee, dat bestaat niet. Hij ziet er niet uit als homo. En ik ga het bewijzen. Geen enkele man kan weerstaan aan mij, ze zijn allemaal dezelfde.”
Ze trekt haar blouse open, enkele knopjes vliegen rond. Haar borsten zitten niet langer opgesloten in het strakke bloesje. De twee lichaamsdelen hangen bloot. Fier vooruit wijzend. Ze lijken groter dan wanneer ze onder het bloesje zaten. Alsof ze blij zijn met hun teruggewonnen vrijheid.
Xavier staart met gapende open mond. Sharif is opgesprongen en staat in het deurgat, z’n vest wijd met gespreide armen openhoudend, alsof hij z’n meisje wil verstoppen.
Faizah schuift één hand onder één borst, ze lijkt er in te knijpen, of wat vooruit te willen duwen. Alsof ze me één wou aanbieden.

Ik slik even.
Ik staar ook.
Ja, ik ben homo. Voor zover ik weet, is het is de eerste keer dat een dame haar borsten zomaar aan mij toont. Tuurlijk staar ik!
En even snel herpak ik me.
Ik prik in een paar frieten, wrijf ze door de mayonaise, en stop de vork in m’n mond. Ik had de frikandel nog niet aangeraakt. Ik besluit er nog even mee te wachten. Het lijkt me niet het ideale moment om nu een worst in m’n mond te stoppen.

Ik kijk op. Ik slik de fijngeknabbelde friet door. “Sorry Faizah, een uur is een uur. Ik kan die router niet forceren, dat moet met zorg gebeuren.”.

Ze kijkt me ongelovig aan. Geshockeerd doet ze de knoopjes weer dicht. Door de ontbrekende knoopjes zit het geheel niet meer zo heel strak. Ze mept tegen één van de klapdeurtjes en stapt met zware klakkende hakken. De zoemer gaat kort.

Xavier staat nog steeds aan de grond genageld.

Sharif wenkt me.
Ik sta recht en ga bij hem staan. “Nee Sharif, het kan…” Hij duwt z’n wijsvinger tegen z’n lippen, als teken dat ik moet zwijgen. Hij legt z’n andere hand op m’n schouder en dwingt me mee de winkel in. Ik probeer opnieuw, ik wil uitleggen waar ik mee bezig ben en waarom ik niet zomaar kan aansluiten. Sharif blijft ‘ssssjt’ doen. Aan de kassa stopt hij, ik kijk hem aan. Ik snap hem niet. Ook de kassa’s werken niet zonder netwerk. Snapt hij dat dan niet? Maar ik krijg geen kans om wat uit te leggen. Sharif duwt me achteruit tegen een kassameubel. Ik leun achterover. De angst slaat ineens toe, als hij maar niet schopt of in m’n kruis stampt, oh shit, waarom had Xavier z’n bek niet gehouden? Nu word ik in mekaar geslagen en ik doe niet eens wat verkeerd!
Angstig kijk ik rond, Sharif komt tegen me staan. Z’n ene voet tussen de mijne, z’n lijf tegen me. Ik kan geen kant op. Ik voel z’n zware ademhaling in m’n oor. Hij fluistert “sssjt, geen paniek, bel me als je klaar bent. Zorg er voor dat we vandaag nog telefoonkaarten kunnen kopen, erna kom je mee, ik zorg voor een gepaste bedanking. Onze dank zal groot zijn. Regel het, we zorgen voor een goeie cadeau voor je.”.
Sharif zet een stap achteruit, trekt aan m’n schouder en duwt me terug in de richting van de keuken. “Bel straks” hoor ik hem nog herhalen. De deur gaat open en dicht. De plotse stilte valt zwaar.

Nog onder de indruk van het gebeurde ga ik terug naar de keuken.

Xavier is gaan zitten, nog steeds ongelovig en gapend kijkend.
Ik werk de frikandel naar binnen, maar het lauwe vlees smaakt me niet meer.
Ik draai de overgebleven friet in het papier, ik maak er een compacte prop van en mik het in de vuilbak.
Xavier staart nog steeds. “Wat is er met jou” vraag ik.
Hij mompelt “dat je dat meisje kon negeren, komaan, ben je echt zó homo?”.
Ik lach. “Ja natuurlijk, wat dacht je, dat ik zo’n dingen zit te verzinnen? Wordt wakker, de wereld is meer dan alleen maar een vrouw of een stel borsten”.
Ik ga terug in de winkel, verderwerken aan de router en het netwerk. Ik laat Xavier in z’n bureaustoel zitten. Kan hij straks rukken.

Het werk is sneller klaar dan verwacht. Met tegenzin bel ik Sharif. Ik wou niet opnieuw in het nauw gedreven worden. Geen 10 minuten later was hij er. Deze keer was hij alleen. De telefoonkaarten zijn geregeld, Xavier zet een net opengetrokken blikje Jupiler aan z’n mond.

Ik sluit de winkel af. “Sharif, wat ben je van plan?” vraag ik.
Het is stil in de straat, het is al donker. Hij antwoordt niet. Z’n hand grijpt m’n bovenarm en trekt me mee. Verderop laat hij los. Ik blijf hem volgen.
We wandelen twee straten verder en laten de laatste huizen achter ons. Een hoopje bomen dat moet doorgaan voor een bos verdoezelt het geroezemoes van de stad. Sharif houdt halt bij één van de paadjes die in het donkere bos verdwijnen. “Ben je echt homo? Deed jou dat niets, die borsten zo zien?”
Ik kijk ongelovig. Hij gaat me nu toch niet proberen te overtuigen om hetero te worden, flitst door m’n hoofd.
Hij gaat verder, hij volgt het paadje het bos in. Ik ga achter hem aan. Ik weet niet waarom, ik kan evengoed teruggaan. Enkele meters verderop stopt hij. Sharif draait zich om, hij komt tegen me staan. Hij grijpt m’n kruis vast, hij duwt zijn mond tegen de mijne, z’n andere hand voel ik in mijn nek, me krachtig vasthoudend. Ik schrik even, en ben even snel weer kalm. Z’n greep in m’n kruis voelt niet wild, maar warm en masserend, om van te genieten. Z’n kus voelt geoefend, en doordringend intens. Ik voel aan zijn kruis. De zachte katoenen broek doet geen moeite om z’n erectie te verbergen. Sharif laat me los, hij duwt z’n losse broek naar beneden en toont me z’n paal. Een grote dikke pik. Hij plooit mijn hand rond zijn fiere goesting. Hij maakt mijn werkbroek open en neemt de mijne zoals ik de zijne vast heb. We kussen opnieuw. Diep, hard, geilig, als twee jongens die een hele middag braaf moesten blijven en nu mogen spelen…
 

Scroll Up