Fitness-stress

Vanmiddag begon het te regenen. Op kantoor sloeg de stemming om, de tijd sleepte maar traag verder. Mijn twee collega’s konden om 4 uur al weg, ik heb de late shift, tot 7 uur.

Het is intussen kwart voor acht. Het verkeer zit muurvast. Stilstaan op de autosnelweg. File. Niets nieuws. Ik knijp gespannen in het stuur.

Ik zucht.
Ik had me de avond anders voorgesteld.
Ook al weet ik dat het verkeer op vrijdagavond sowieso drukker is.
Ook al weet ik dat het verkeer bij regenweer veel langzamer vooruitgaat. Iedereen gaat vol op z’n rem staan bij zelfs maar het kleinste spatje regen. Dikke patsbakken met een ineengedoken miezerig chauffeurtje, bang van een drupje. Alsof een bijtend middel hun glimmende bolide zou kunnen aantasten.

Regendruppels spatten uiteen op de voorruit. Voor me zie ik niets dan glas, metaal en rode lichten, achter me niets anders dan wit licht.
De regen valt traag en loom uit de hemel. Voldoende om de ramen te bedekken met een doorzichtige wazige ondoorkijkbare laag. Ik zie contouren van auto’s naast me en voor me en achter me, aan de chauffeurszijde een gestalte. Onherkenbaar, ondefinieerbaar. Anoniem. Verstopt achter de transparante wazigheid op de ramen.

Ik kijk verveeld voor me uit.
Een halve meter vooruit. Rem even lossen, de auto laten kruipen, en weer stilstaan.
De radio laat een vrouwenstem horen. Ze klinkt eentonig en verveelt me. Niet omdat het een vrouw is. Het is de eentonigheid. Aaarch! Ik duw op de off-knop.

Stilte.

Maar het wordt niet stil. De motor ronkt nog, de regen tokkelt nog steeds.
En het geluid van al die andere auto’s.

Wat is het stil.

Een uur geleden reed ik uit de parkeergarage. Bij maximum-snelheid ben ik op exact één uur thuis. Nu ben ik niet eens halverwege. De stress van daarnet maakt plaats voor lichte paniek. Ik realiseer me dat ik nooit op tijd ga zijn voor de training, laat staan dat ik gekalmeerd en ontstrest aan de oefeningen zal beginnen.
Ik zoek m’n GSM en blader onrustig door de contactlijst, op zoek naar William’s naam.
Bellen heeft geen zin, bedenk ik me, hij is nu ongetwijfeld erg druk bezig met het huppelen rond de meiden bij de energiedrank-automaat, onder het mom van “sportieve prestaties bespreken”.
Ik typ een SMS-bericht en leg m’n GSM opzij.

In gedachten zie ik William bezig: bekertje energiedrank tappen, lachend, de meiden zwijmelend rond hem.
De andere trainer, Brecht, is al niet veel beter.
Ik snap niet wat die kerels zien in die opgedirkte giecheltrienen. De jongedames moeten in elk geval niet aan fitness doen vanwege lichamelijke klachten of omwille van een belabberde conditie. Je kunt ze zó door een sleutelgat jagen!

En Tommy, hij is de stille jongen. Hij staat aan de balie, maar hij laat het meeste babbelwerk toch door anderen doen. Alsof hij alles langs zich heen laat gaan. Of pikt hij toch het één en ander op? Ik weet het niet. Lastig om een beeld te vormen over die stille jongen.

Wat ik ook niet snap, is waar al die homo’s zitten. Het gaat de ronde dat zo ongeveer elke nicht in deze zaak fitnest. “Het loopt er vol van!” hoor je vaak.
Maar ik zie ze niet.
De weinige mannen die er wel zijn, doen bodybuilding met de spiegel. Overdreven brede gespierde kerels, zichzelf in de spiegel keurend.
“Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de meest-gespierde van het land?”
Ik grinnik bij de gedachte dat ik straks niet in de richting van de spiegels ga mogen kijken…

Nog anderen zijn jong genoeg om door te gaan als hippe jonge opa.

Nee, waar de gay’s zijn, is onduidelijk.

Bij de inschrijving hoopte ik stiekem een gay trainer toegewezen te krijgen. Als er dan toch zoveel zijn, waarom niet, dacht ik.
 Het is niet zo gegaan. Achteraf gezien ben ik tevreden dat William geen homo is. Wat zou er anders getraind worden?
Nee, net zoals op het werk: Privé gescheiden houden, anders komt er gedoe van, en problemen moet je niet willen zoeken. Niet?

Hup.
Weer een meter vooruit. De eerste van 6 afritten komt dichterbij. Ik hou het rempedaal ingedrukt en zet de wagen in neutraal, even de linkervoet ontspannen. Ghoh, wat doet dat deugd.

Ik kijk rond.
Nog steeds hetzelfde. Dezelfde voor me en vast en zeker ook wel dezelfde achter me. De details nog steeds wazig en onscherp. Behalve het scherpe brandende rood van de lichten voor me, en het wit van de lichten achter me.

Acht uur.
Eén afrit voorbij. Nog 5 te gaan op de ring, daarna nog 4 op de autosnelweg. We zijn nog even bezig…

Biebiep. Een SMS.
Van William.
“OK, rij rustig!”

Rustig rijden, natuurlijk. ‘t Is file, stilstaand verkeer, niets te rijden!
Slome droogstoppel, denk ik bij mezelf.

Ik mik m’n GSM op de zetel naast me. Weg met dat ding, vanavond geen gezeik meer.

Misschien moet ik de vrijdagavond-training verplaatsen. Vorige week was ik maar net op tijd, de keer ervoor was ook kantje-boordje.
Een ander tijdstip kan wel een goed idee zijn, dan kan ik voortaan minder gestrest aan het weekend beginnen.

En straks? Zal William er nog zijn als ik te laat toekom? De sessie zullen we moeten inkorten, en zal dat dan nog voldoende oefening zijn? Conditietraining heeft alleen nut als ik voldoende beweeg, oefen, train. Focussen, de moed niet opgeven. Bewegen, bewegen, bewegen!

Het is inmiddels de tweede maand dat ik de trainingen met William doe. Zo’n “personal trainer” maakt het dubbel zo duur, maar liever dat dan over 10 jaar met een kapotte rug zitten. Want dat is mijn reden: een onverklaarbare bijna constante stekende pijn in de onderrug. De huisarts vindt geen oorzaak, en denkt aan stress op kantoor.

Als ik nu rond me kijk, vraag ik me af: Zeker dat de stress met kantoor te maken heeft?

Kwart na acht.
Weer een afrit verder. Biebiep.

William sms’te toch al?
Verbaasd grabbel ik naar m’n GSM.
Een SMS van een nummer dat niet in m’n contactenlijst staat, er staat geen naam bij.
“Hallo, hier Tommy, heb nr van William. Kom straks toch even langs? Thx!”

Snel stuur ik terug: “OK”.

Vreemd. Wat zou de stille baliejongen willen? Misschien wil hij zelf voorstellen om de vrijdag-avond-afspraak te verzetten? In gedachten overloop ik m’n weekplanning en probeer ik te bedenken welk moment goed zou passen.

Twintig na negen.

De file eiste nog heel wat tijd, maar zonet heb ik m’n auto op de parking bij de fitness geparkeerd. Het regenen hield op, maar het waait hard.
Ik reken uit: 10 minuten om klaar te zitten: Bezoek registreren, omkleden, matje neerleggen in het hok voor individuele training, en een minuut of twee stil blijven liggen, bekomen van het gedoe.
Ja, moet te doen zijn, gok ik. Zonder echt na te denken of het wel effectief te doen is.
De krachtige wind trekt de autodeur uit m’n handen en fluit over de verder lege parking. Enkele fietsen in het rek naast de ingang wapperen lawaaierig en onregelmatig.
Ik ga snel binnen. Whoemmm! De warmte van het luchtcirculatiesysteem valt op me. De lawaaierige blazers dumpen hun warme droge lucht.
Tommy ziet me, hij glimlacht breed en wenkt me enthousiast.

“Hey Linus, gaat het een beetje?” vraagt hij bezorgd.
“Hé Tommy, bwah, nee, niet echt” zucht ik. “Nogal een gedoe op de weg op vrijdagavond, en van het minste dat het wat regent, zit alles vast. Niet ideaal om het weekend te starten, eerlijk gezegd.”
“Ja, William zei al zo iets. Arme jongen.”
Ik zet m’n sporttas op de grond en leun tegen de balie. Het voelt alsof het weinige beetje overgebleven energie vanzelf wegzakt.

“Zeg, zou je het goed vinden als we de training op een ander moment doen? William had het er over, voor hem is het geen probleem.”
“Ja, ik denk dat dat ook beter zal zijn” reageer ik wat gelaten.
Tommy kijkt me aan. Ik kijk naar hem. Zijn blik laat me niet los, z’n heldere ogen strak op mij gericht. Hij beweegt niet, hij kijkt alleen maar.
Ik heb het koud. Ik voel me aan de grond genageld. Hij glimlacht, hij legt z’n ene hand op m’n arm.
“Hey… Linus… Aarde aan Linus…”
Ik schud even m’n hoofd. “Eh, sorry, ik was even afgeleid. Ja, een andere avond is prima. Heeft William wat voorgesteld?”
Tommy schudt nee. “Nee, hij laat jou de keuze. Ik heb hier z’n weekplanning voor me. Ik print het wel even, dan kun je straks wat uitzoeken.”
“Ja, is goed” hoor ik mezelf zeggen.
In de verte zoemt een apparaat. Ik herken het als het geluid van een laserprinter. Ongeïnteresseerd kijk ik in de richting waar het geluid vandaan komt. De hoek waar ook het energiedrank-apparaat staat.
“Linus, gaat het wel met je?”
“Eh… ‘k weet het niet, ‘k voel me… eh… pfff, ik weet niet hoe ik me voel.” Ik laat m’n schouders hangen en kijk naar Tommy. Ik zie hem door het klapdeurtje aan het einde van de balie gaan, hij komt bij me staan en slaat z’n arm om m’n schouder. Hij voelt warm en dichtbij.
“Wil je wat drinken? Wil je wat oefeningen doen? Als je wil, kan ik je wel begeleiden. Niet zo streng als William, gewoon, losjes. Er is verder niemand hier, en dit laatste half uur komt er niemand meer binnen. De meeste zitten thuis bij ‘t vrouwtje en de kinderen, of ze zijn hun overdrukke weekend aan het voorbereiden. En zo heb ik zelf ook nog wat te doen in dit half uur.”
Hij glimlacht. Langzaam ontdooi ik.
Ik knik.
Tommy neemt m’n tas op en grijpt naar m’n hand. “Kom” zegt hij zacht. Ik voel een hand op m’n middel. Knijpt hij nu, of wil hij me gewoon meenemen? Vragend kijk ik hem aan. Zijn ogen glinsteren, hij kijkt, nog steeds glimlachend. Met z’n hand en z’n arm en z’n lijf zo dicht bij me… Een warme gloed wervelt door mijn lijf. Waar komt dit vandaan, vraag ik me af. Wat gebeurt er?

Tommy zit op het bankje, met m’n sporttas naast zich. Ik haal m’n sportschoenen uit de locker, en zet m’n gewone schoenen in de plaats. M’n broek en hemd hang ik over een kleerhanger en duw ik ook in het kastje. Ik wil naar m’n tas grijpen om m’n short en t-shirt uit te halen, maar Tommy houdt me tegen. “Doe je geen andere slip aan?”
Ik schrik.
“Hoezo?” vraag ik verbaasd.
Tommy grinnikt. “Je sport toch in sport-outfit, zweet-doorlatende luchtige kledij? Heb je niets anders bij?”
“Eh, enkel m’n short” stamel ik. Ik voel me blozen.
Hij staat recht en opent z’n eigen locker. “Hier, trek deze aan.” Hij reikt me een klein pakje aan. Op de verpakking staat “Bike”. Fietsspul? Ik maak het wat argwanig open, het is een jockstrap. Een witte, een soort van gaatjesstof. Opnieuw verbazing. Jeetje, moet ik dit nu werkelijk aantrekken?
Tommy ziet me twijfelen. Hij komt bij me staan. “Durf je niet?” fluistert hij in m’n oor. “Volgens mij zal dit model je goed staan. Het sport lekker, hoor.” Hij klinkt nieuwsgierig, ietwat ondeugend.
Tommy gaat terug naar z’n locker, hij trekt z’n sweater en trainingsbroek uit. Hij doet dat express denk ik, hij weet dat ik niet anders kan dan naar hem kijken.

En ik kijk.

Ik zie dat hij dezelfde jockstrap aan heeft als deze in mijn handen. Op de bovenkant van de brede band staat hetzelfde logo. Tommy draait zich om en rommelt in z’n kastje. Ik kan niet anders dan naar z’n kont kijken. M’n blik fixeert zich. Hij doet een stap achteruit, buigt voorover en stapt in z’n short. De bovenkant houdt hij laag, de brede band van z’n jockstrap trekt hij op zodat die duidelijk zichtbaar boven z’n short uitsteekt.
De deur van de locker klapt dicht. Ik schrik op, ik voel me betrapt. Ik heb nog steeds het nieuwe ding in m’n handen. Ik sta stil. Ik twijfel. Wat gek. Waarom leent deze kerel me nu zoiets?
Tommy komt bij me staan. “Ga je die nog aantrekken of ga je in dat slipje sporten?” grinnikt hij.
“Eh ja, eh nee” doe ik onhandig.
“Ik ga alvast je mat voor je sit-up’s klaarleggen, ik zie je zo.” Hij knijpt met z’n hand kort in m’n schouder en gaat weg. Ik kijk hem na. M’n blik volgt z’n blote rug, de achterkant van de jockstrap en z’n sportshort. Het beeld van de bovenkant van z’n kont blijft hangen.

Ik kijk om me heen. Niemand. Snel trek ik m’n slip uit, en voorzichtig stap ik in de jockstrap. De creatie en de linten opzij lijken nogal fragiel, ik wil ze niet kapot trekken.

Het voelt vreemd: de strakke spanning onder m’n kont, de brede band rondom m’n middel. M’n pik en ballen zitten in het kuipvormige deel netjes opgeborgen. Het past, in één keer meteen goed. Ik wrijf met één hand over de opbollende vorm van de kuip. Het voelt nieuw, en tegelijk vertrouwd. M’n kont voelt bloot, en toch stoort het niet. M’n pik is hard geworden, hij wil vooruit wijzen maar wordt tegengehouden. Hij vormt een opvallende vooruitstekende bult. Flinke jongen. Lekker.

Ik laat m’n hoofd zakken en sluit m’n ogen.

Ik denk aan Tommy, aan daarnet. Aan hoe hij zich omdraait en voorover buigt. Aan hoe hij z’n kont lijkt te showen, zijn rug, de jockstrap die uitsteekt boven z’n short en smeekt om meer…
Ik trek mijn nieuwe aanwinst op dezelfde manier hoger op. M’n harde paal voelt nog strakker en harder. Mijn hand knijpt er zacht in. Het lijkt alsof m’n hartslag wil uitbreken! Ik voel mezelf bijna onhoorbaar genieten…

Ik beweeg m’n hoofd weer omhoog, ik adem diep in en blaas gecontroleerd langzaam uit. Ik open mijn ogen. Ik kijk recht in Tommy’s glinsterende blik.

 

Scroll Up